Els van den Graven - Korte || Maartje Hars - de Blok || Atje Klein Langenhorst - Bremer || Nienke Jansen - Pieper || Mirja Strijker - Oosterhuis

Stuwing

Stuwing treedt meestal op rond de derde of vierde dag na de bevalling. De bloedstroom naar de borsten neemt toe, uit dit bloed wordt de melk gemaakt. Als je je kind de eerste dagen vaak hebt aangelegd zal ook de melkproductie nu goed op gang komen. Dit alles zorgt voor een grote spanning in de borsten die je voelt als stuwing. Soms kun je temperatuursverhoging krijgen, dit is normaal en gaat met het afnemen van de stuwing weer weg.
 

Adviezen:

  • Leg je kind vaak aan.
  • Denk goed om een goede aanlegtechniek. Zorgvuldig aanleggen zorgt ervoor dat je kind goed de borst kan leegdrinken.
  • Probeer in wisselende houdingen te voeden.
  • Tijdens het drinken kunnen de gestuwde kliertjes zachtjes richting de tepel leeg gemasseerd worden.
  • Je kunt voor de voeding de borsten warm maken door bijvoorbeeld een warme douche of warmte kompressen. Na de voeding kunnen koude kompressen vaak verlichting geven.
  • Draag overdag een goed steunende beha. ‘s Nachts liever geen beha omdat er een kans is op het afknellen van de melkklieren.
  • Eventueel kun je maximaal 1 keer per dag je borsten even goed leegkolven. Overmatig tussen de voedingen door kolven om de spanning te verminderen bevordert juist de stuwing en kan leiden tot overproductie.

 

Als je besloten hebt om geen borstvoeding te geven draag dan een strakke sportbeha (ook ‘s nachts), vermijd warmte en probeer de borsten niet te stimuleren. De stuwing verdwijnt meestal na een aantal dagen weer.